Weer lag de communicatieadviseur Noel Slangen onder vuur van het weekblad Knack en weer werd het een nationale rel. Maar soms geldt ook voor een communicatieadviseur dat je beter je mond kan houden als je feitelijk geen nieuwe zaken hebt toe te voegen.
Als communicatieadviseur had meneer Noël begrepen dat je bij een slechte pers meestal een stevig mediaoffensief inzet. Maar zoiets is alleen zinvol als je relevante en nieuwe nieuwsfeiten kunt aandragen. Je moet met andere woorden een nieuwskatalysator hebben om de regie te herwinnen. Als je niks wezenlijker toe te voegen hebt dan het opstarten van een soort kliklijn waarin de vermeende aanstichters van de crisis op de korrel worden genomen zonder dat daar een stevige onderbouwing aan ten grondslag ligt, dan komt die boemerang keihard terug. Niet alleen bij meneer Noël zelf, maar ook bij zijn klant de VLD.
Wie stelt, moet bewijzen. Dat geldt voor Knack en dat geldt voor meneer Noël. Na het lezen van het Slangen-artikel in Knack kom ik tot de vaststelling dat dit weekblad de beweringen tegen hem onderbouwt met bronnen die veelal met naam en toenaam worden genoemd. Maar net als in een rechtzaak heb je getuigenissen à charge en décharge. Door alleen maar belastende getuigen aan het woord te laten kan er een beeld ontstaan dat bezijden de waarheid, of op zijn minst uit balans is.
Nu beweer ik voor alle duidelijkheid niet dat dit hier het geval zou zijn. Maar wat ik wel vaststel is dat meneer Noël zijn kant van het verhaal wel op een erg ongelukkige manier naar buiten brengt. Krijgt hij of wil hij daar geen platform voor bij het desbetreffende medium, in dit geval Knack, dan kan hij via andere media een mediaoffensief starten. Ik durf te wedden dat een telefoontje naar Terzake genoeg was geweest om ruimte te krijgen om voor het oog van de natie zijn visie op de feiten te geven.
Op zich was zijn optie om een eigen website in het leven te roepen nog niet zo’n gek idee. Meneer Noël had dan ongeknipt en onversneden zijn kant van het verhaal kunnen vertellen, zonder dat hij bang hoefde te zijn dat bepaalde zaken uit zijn context zouden worden gehaald. Maar opnieuw: dan moet hij wel met zinnige informatie, liefst relevante nieuwsfeiten komen in plaats van met schimmige verdachtmakingen waar geen bewijsvoering aan ten grondslag ligt.
Geschrokken door de vele negatieve reacties op www.meneerrik.be wordt meneer Noël door zijn persoonlijke aanvallen al snel tot de terugtocht gedwongen. Hij had het niet als klikwebsite bedoeld, maar eingenlijk de laakbare rol van de media aan de kaak willen stellen. Maar wie de media aanvalt, moet weten dat net zoals bij de meeste beroepsgroepen, de gelederen zich acuut sluiten. Prompt liet de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) weten de oorlog en de schadeclaim van meneer Noël tegen Knack te beschouwen als ‘een intimidatiepoging waarmee hij enkel de bedoeling heeft elke kritische persstem over hemzelf te fnuiken’. En met zijn website zou meneer Noël naar eigen zeggen een publiek discussieforum over journalistieke deontologie beginnen, terwijl daar volgens VVJ juist de Raad voor de Journalistiek voor werd opgericht.
Weer wordt meneer Noël in de terugtocht gedwongen. Hij betreurt de reactie van de VVJ en zegt nooit de bedoeling te hebben gehad de persvrijheid te beknotten. Maar dat is nog niet alles: ook zijn klant de VLD wordt in deze communicatie-ellende meegezogen. Zo schreef een lezer in De Standaard dat Bart Somers het vertrouwen behoudt in de ‘strategisch manager’, voor wie wetten of regels niet belangrijk zijn en die lijdt aan een sterk vervagend normbesef. Past zo'n man wel in het maatschappijbeeld zoals door Verhofstadt geschetst in zijn vierde burgermanifest?
Nu de rook wat is opgetrokken, blijft het afgezien van een aankondiging en een eerder ingezonden brief van meneer Noël naar De Morgen op www.meneerrik.be oorverdovend stil. Maar als dit je communicatiestijl is, dan kun je in zowel je eigen belang als dat van je klant de VLD, wellicht beter zwijgen…